Verslag studiedag Ruraal erfgoed, 3 december 2009

Bijna dag op dag twee jaar na de lancering van het Vlaams Ruraal Netwerk palmden we opnieuw dezelfde zaal in. Hierbij werden we vergezeld door circa 90 personen die ook iets meer wilden weten over het rurale erfgoed op het Vlaamse platteland – en dan vooral over de knelpunten en kansen die geïdentificeerd kunnen worden.

Als eerste spreker nam Jules Van Liefferinge, Secretaris-Generaal van het Departement Landbouw en Visserij, ons mee op stap door het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007 – 2013 (PDPO II). Hierbij stond hij langer stil bij die maatregelen die op ruraal erfgoed betrekking (kunnen) hebben. Tot slot stelde hij een aantal open vragen waardoor hij de bal in het kamp van de andere sprekers legde. Hen werd namelijk gevraagd om vanuit hun eigen achtergrond een antwoord op de open vragen te geven en de kansen en knelpunten voor het Vlaamse rurale erfgoed te identificeren.

Als tweede nam Johan Verstrynge, afdelingshoofd Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling bij Departement Landbouw en Visserij, het woord. Hij behandelde het rurale erfgoed vanuit de landbouwachtergrond en besprak de knelpunten en kansen voor de agrarische bedrijfsvoering. De ‘waarom’, ‘wie’, ‘waar’ en ‘hoe’ het ruraal erfgoed moet beschermd worden vormden de rode draad doorheen zijn presentatie.

Frank Debeil van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) bekeek het onderwerp vanuit de landinrichting. Hij stelde eerst de VLM voor en daarna besprak hij het instrumentarium voor de inrichting van het landelijk gebied, meerbepaald ruilverkaveling, landinrichting en natuurinrichting. Om de uitgenodigden een goed beeld te geven over onroerend erfgoed gaf Frank nog praktijkvoorbeelden van een aantal projecten. Hij eindigde met de beheersovereenkomsten omtrent onroerend erfgoed.

De voorlaatste spreker van deze voormiddag was Els Hofkens. Zij is afdelingshoofd Onderzoek Bouwkundig erfgoed en Landschap bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). Zij begon haar presentatie met een standpunt over wat ruraal erfgoed is. Aan de hand van foto’s werd snel duidelijk hoe divers de lading is die door dit ene begrip wordt gedekt. Daarna werden de beleidsdoelstellingen, knelpunten en kansen aangehaald.

Yves Segers van het Centrum Agrarische Geschiedenis had als taak alle voorafgaande standpunten te analyseren en algemene conclusies te trekken. Een eerste conclusie betreft het begrip ruraal erfgoed zelf: net zoals de andere sprekers startte ook Yves Segers met een definitie van het begrip. Hierbij nam hij ook het cultuurhistorische erfgoed onder de loep. Tot slot overliep hij de knelpunten en kansen voor ruraal erfgoed binnen Vlaanderen. De slotsom? Er zijn veel knelpunten en bedreigingen, maar nog meer kansen. Om die laatste aan te pakken is er evenwel dringend nood aan meer samenwerking, meer kennisvergaring en meer informatiedoorstroming.

Presentaties:

Artikel rond agrarisch erfgoed:
 Artikel 'Agrarisch erfgoed moet leven' - interview Johan Verstrynge (.pdf 51.53 KB) (bron: VILT, 12/04/2010)